Inge Bleijenbergh
Citizens who care
European social citizenship in EU debates on childcare and part-time work


 


16,5 x 24 cm
200 pag.
€ 24,50
ISBN 978 90 3619 062 6
NUR 740
2004


With the introduction of European measures on childcare (1992) and parental leave and part-time work (1997) in the 1990s, caregiving arose a significant issue within European social policy. The European Union entered a topic that was formerly an exclusive national affair, based on very different welfare traditions. Some states offered citizens extensive social rights for childcare and leave facilities, while others left caregiving support to the private sector or individual families. This study chronicles the entry of the controversial issue of combining work and family life into the European political agenda and shows how concrete policies on childcare and part-time work were debated between different member states and European institutions. Moreover, it argues that European debates on social care rights exemplify traces of an emerging European citizenship. European rights regarding time of care and care services unite the contradictory demands for social equality and a free market, offering citizens basic social equality, while simultaneously supplying the common market with a female labour force.

Inge Bleijenbergh is researcher and lecturer at the Department of Social-Cultural Sciences, Free University Amsterdam, The Netherlands.

Table of contents

Voorwoord

1. Introduction
2. Theories on including care in citizenship
3. Debates on citizenship, work and care in five welfare states
4. The European Union debate on social citizenship, work and care
5. The debate on the childcare recommendation
6. The debate on the part-time work directive
7. Conclusion

Supplements
Summary in Dutch (Samenvatting)
List of figures and tables
Source material and literature
Notes

WERK EN ZORG IN EUROPA:

Inwoners van de EU krijgen steeds meer rechten op tijd om te zorgen (zoals recht op deeltijdwerk en ouderschapsverlof) en op zorgvoorzieningen als kinderopvang. Deze sociale rechten bieden werkenden gelijke kansen, zonder dat ze de werking van de gemeenschappelijke markt verstoren. Ze lijken daarmee op de sociale rechten die ooit de basis vormden voor de ontwikkeling van nationale verzorgingsstaten en vormen een aanzet voor Europese sociale burgerrechten. Europese sociale zorgrechten vormen echter geen letterlijke kopie van het beleid in een van de lidstaten, maar verenigen elementen uit verschillende tradities. Dat betoogt sociologe Inge Bleijenbergh in haar proefschrift Citizens who care.
Bleijenbergh onderzocht debatten over kinderopvang en deeltijdwerk in de EU aan de hand van archiefonderzoek, interviews met sleutelfiguren en analyse van beleidsdocumenten. Het ondersteunen van zorgtaken leek van oudsher een exclusief terrein van nationale verzorgingstaten, omdat daarin zeer verschillende tradities bestaan van kostwinnersstelsels tot sterk geïndividualiseerde samenlevingen. Scandinaviërs hebben traditioneel uitgebreide rechten op kinderopvang en betaald zorgverlof, terwijl dat in continentale en zuid Europese landen minder vanzelfsprekend is. Sinds de jaren negentig blijken nationale regeringen echter bereid om de Europese Unie zeggenschap te geven op deze beleidsterreinen, omdat ze de arbeidsparticipatie van vrouwen willen stimuleren en de EU een socialer gezicht willen geven. Net als in Scandinavië, ligt in Europa de nadruk op het stimuleren van gelijke kansen van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, maar net als in continentaal Europa is dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, werkgevers en werknemers.

Bestel/Order