Sjef Houppermans, Marc de Kesel, Peter Verstraten
Van verbeelding gesproken
Psychoanalyse en fotografie





Psychoanalyse en cultuur
16,5 x 24 cm.
119 pag.
€ 15,00
ISBN 978 90 3610 088 5
NUR 770
2008


Foto's zijn een expressie van ruw, bestaand materiaal, maar zijn door hun gefragmenteerde aard niet in staat dat materiaal te definiëren, stelt Siegfried Kracauer in de aan fotografie gewijde introductie bij zijn Theory of Film (1960). Hij ontwikkelt zijn idee op basis van het werk van Marcel Proust. Als de verteller uit de cyclus 'A la Recherche du Temps Perdu' de kamer van zijn grootmoeder binnentreedt, blijkt er tevens een fotograaf aanwezig. Marcel stelt een scherp contrast tussen hemzelf en deze gast. Hij zelf is emotioneel betrokken bij zijn oma, beziet haar door een lens van liefde, opgebouwd uit stukken herinnering. Maar de fotograaf is slechts een vreemdeling, een getuige die samenvalt met zijn cameralens. Gemaakt door een volslagen buitenstaander is een foto daarom het product van totale vervreemding. Fotografie kenmerkt zich door een gedepersonaliseerde aard. De consequentie daarvan is dat foto's niet een zuivere weergave van de werkelijkheid tonen, maar zo redeneert Kracauer door op het werk van Proust, zij bieden ruimte aan een zekere onbepaaldheid. Proust stelt zich een foto voor van een gedistingeerde heer die een chique gebouw verlaat. Hij wordt gefotografeerd op het moment dat hij wellicht een taxi staande wil houden. Maar omdat een foto zo radicaal een specifiek moment isoleert, kunnen we ook denken dat hij, met zijn arm in de lucht, bezig is niet te vallen, omdat hij mogelijk te veel gedronken heeft. De functie van een pose is dat het niet de realiteit toont, maar ons juist veel te raden laat over die realiteit en daarmee over de persoonlijkheid van de geportretteerde.

Bestel/Order